KNA Big band
Speelt u trompet, trombone, saxofoon, piano, bas, of drumset? Informeer dan bij muziek@knabennebroek.nl of bel met 023-5845906 of 023-5845455.
Omdat we dè muziekvereniging van Bloemendaal zijn willen we graag in overleg met de muziekschool een breder aanbod voor de inwoners van de 5 Bloemendaalse dorpen realiseren. KNA is daarom begonnen met het oprichten van een BigBand.
We hebben als een enthousiaste Bigband dirigent gevonden en zijn nu op zoek naar ervaren amateurmusici die passen in de hieronder beschreven orkestvorm.
Samenstelling Bigband:
Ritmesectie: drumstel, basgitaar of contrabas, piano en gitaar.
De ritmesectie ivoert niet de boventoon, maar is wel de ruggegraat van de band genoemd. De ritmesectie zorgt voor het grootste deel voor het swing effect van de bigband.
De functie van de piano is naast solo-instrument onder andere het accentueren van melodieën en het spelen van tegenmelodieën.
De gitaar is in een bigband een echt ritme-instrument. In een 4/4 maat nummer, speelt de gitarist 4 tellen in iedere maat.
De contrabassist of basgitarist geeft de beat aan en vormt de basis (van de harmonie van de bigband. De bassist speelt meestal 4 tellen in iedere 4/4 maat, en speelt in bigbandarrangementen vrijwel altijd zonder rust, dit in tegenstelling tot de blazers.
De drummer vormt samen met de bas en gitaar de kern van de ritmes In bigbandmuziek speelt de drummer gewoonlijk de basdrum heel lichtjes om zelf in de maat te blijven en om niet te interfereren met de bassist.
Rij1
Saxofoonsectie: 1 baritonsaxofoon, 2x tenorsaxofoon en 2x altsaxofoon. De eerste altsax is altijd de leider van deze sectie. De sectieleider geeft de frasering en volume aan. Saxofonisten vullen regelmatig fragmenten muziek op andere houtblaasinstrumenten zoals fluit en (bas)klarinet.
Rij 2
Trombonesectie: 1e t/m 4e trombone. 1 bastrombone en 3 tenortrombones. De trombones zijn wat lager van klank dan de trompetten.
Rij 3
Trompetsectie: 1e t/m 4e trompet (soms 5 trompetten). De sectieleider (lead-trumpet) speelt de hoogste noten. De 1e trompet geeft voor de hele bigband de frasering en articulatie aan. De tweede trompettist speelt veelal de sologedeeltes.
Eventueel kan nog een zang wordt dit door de instrumenten uit het orkest gedaan